Wat betekent snack in Zweeds?
Wat is de betekenis van het woord snack in Zweeds? Het artikel legt de volledige betekenis uit, de uitspraak samen met tweetalige voorbeelden en instructies voor het gebruik van snack in Zweeds.
Het woord snack in Zweeds betekent reclametekst, schijnheilige praat, onzin, nonsens, babbeltje, onzin, larie, nonsens, woordenstroom, praatje, praatje, praatje, nieuwtje, gerucht, roddel, praatjes, geroddel, gepraat, geklets, gekakel, onzin, nonsens, gerucht, flauwekul, lulkoek, fabel, geklets, gerucht, gewauwel, geneuzel, gefluister, nieuwtje, woorden, loze woorden, gelul, kort gesprek, gebakken lucht, gebabbel, gekeuvel, onzin, nonsens, wind. Raadpleeg de onderstaande details voor meer informatie.
Betekenis van het woord snack
reclametekst
|
schijnheilige praat(vardagligt, bildlig) |
onzin, nonsens
|
babbeltje(vardagligt) (informeel) |
onzin, larie, nonsens
|
woordenstroom(figuurlijk) |
praatje(vardagligt) |
praatje(vardagligt) (informeel) |
praatje(vardaglig) |
nieuwtje, gerucht(vardagligt) |
roddel(familjär) |
praatjes(familjär) |
geroddel
De spenderade mer tid på skvaller än på arbete. |
gepraat
|
geklets, gekakel
|
onzin, nonsens
|
gerucht
|
flauwekul, lulkoek(informeel) |
fabel
|
geklets
|
gerucht
|
gewauwel, geneuzel(informeel) |
gefluister(bildlig) (figuurlijk) |
nieuwtje
|
woorden, loze woorden
Ord räcker inte till. Du måste göra något åt det. |
gelul(informell) (vulgair) Hans historia är bara skitsnack. |
kort gesprek
|
gebakken lucht(bildlig) |
gebabbel, gekeuvel
|
onzin, nonsens(informeel) |
wind(figuurlijk) |
Laten we Zweeds leren
Dus nu je meer weet over de betekenis van snack in Zweeds, kun je leren hoe je ze kunt gebruiken aan de hand van geselecteerde voorbeelden en hoe je lees ze. En vergeet niet om de verwante woorden die we voorstellen te leren. Onze website wordt voortdurend bijgewerkt met nieuwe woorden en nieuwe voorbeelden, zodat u de betekenissen van andere woorden die u niet kent, kunt opzoeken in Zweeds.
Geüpdatete woorden van Zweeds
Ken je iets van Zweeds
Zweeds (Svenska) is een Noord-Germaanse taal, die als moedertaal wordt gesproken door 10,5 miljoen mensen die voornamelijk in Zweden en delen van Finland wonen. Zweedstaligen kunnen Noors en Deens verstaan. Zweeds is nauw verwant aan Deens en Noors, en meestal kan iedereen die een van beide verstaat, Zweeds begrijpen.