Wat betekent biscotto in Italiaans?

Wat is de betekenis van het woord biscotto in Italiaans? Het artikel legt de volledige betekenis uit, de uitspraak samen met tweetalige voorbeelden en instructies voor het gebruik van biscotto in Italiaans.

Het woord biscotto in Italiaans betekent koekje, biscuit, koekje, beschuit, havermoutkoekje, zandkoek, knäckebröd, gemberkoekje, kokosmakron, bitterkoekje, sopbroodje. Raadpleeg de onderstaande details voor meer informatie.

Luister naar uitspraak

Betekenis van het woord biscotto

koekje

A me e ai miei colleghi piace scambiarci dolcetti a Natale.

biscuit, koekje

sostantivo maschile

Spesso con il tè si servono biscotti.

beschuit

(per bambini)

havermoutkoekje

sostantivo maschile (dolce, UK)

I bambini hanno mangiato biscotti di avena quando sono tornati a casa.

zandkoek

sostantivo maschile

Dopo cena ci siamo gustati un tè caldo con i frollini.

knäckebröd

sostantivo maschile (Zweeds)

gemberkoekje

sostantivo maschile

kokosmakron

sostantivo maschile (koekje)

bitterkoekje

sostantivo maschile

sopbroodje

sostantivo maschile

L'anziano signore usava il suo pane di mais come pane inzuppato nel sugo.

Laten we Italiaans leren

Dus nu je meer weet over de betekenis van biscotto in Italiaans, kun je leren hoe je ze kunt gebruiken aan de hand van geselecteerde voorbeelden en hoe je lees ze. En vergeet niet om de verwante woorden die we voorstellen te leren. Onze website wordt voortdurend bijgewerkt met nieuwe woorden en nieuwe voorbeelden, zodat u de betekenissen van andere woorden die u niet kent, kunt opzoeken in Italiaans.

Ken je iets van Italiaans

Italiaans (italiano) is een Romaanse taal en wordt gesproken door ongeveer 70 miljoen mensen, van wie de meesten in Italië wonen. Italiaans gebruikt het Latijnse alfabet. De letters J, K, W, X en Y komen niet voor in het standaard Italiaanse alfabet, maar komen wel voor in leenwoorden uit het Italiaans. Italiaans is de tweede meest gesproken taal in de Europese Unie met 67 miljoen sprekers (15% van de EU-bevolking) en het wordt als tweede taal gesproken door 13,4 miljoen EU-burgers (3%). Italiaans is de belangrijkste werktaal van de Heilige Stoel en dient als de lingua franca in de rooms-katholieke hiërarchie. Een belangrijke gebeurtenis die heeft bijgedragen aan de verspreiding van het Italiaans was de verovering en bezetting van Italië door Napoleon in het begin van de 19e eeuw. Deze verovering stimuleerde de eenwording van Italië enkele decennia later en duwde de taal van de Italiaanse taal. Italiaans werd een taal die niet alleen werd gebruikt door secretarissen, aristocraten en de Italiaanse rechtbanken, maar ook door de bourgeoisie.