Wat betekent giro in Italiaans?

Wat is de betekenis van het woord giro in Italiaans? Het artikel legt de volledige betekenis uit, de uitspraak samen met tweetalige voorbeelden en instructies voor het gebruik van giro in Italiaans.

Het woord giro in Italiaans betekent draaien, ronddraaien, draaien, afslaan, draaien, omdraaien, keren, keren, draaien, omdraaien, draaien rond, draaien om, draai, keren, draaien, omkeren, draaien, aanslingeren, laten draaien, rondtoeren in , rondreizen in, opnemen, duizelen, draaien, filmen, film opnemen, cruisen, iets aan/uitzetten, omzetten, draaien, ronddraaien, tollen, roteren, roteren, rondgaan, ronddraaien, in beweging blijven, houden, gaan, omgaan met, omdraaien, schakelen, alterneren, in omloop, bedienen, roteren, draaien, kuieren, wandelen, draaien, overal komen, rondgaan, tikken, een tikje geven, ronddraaien, draaien, ronddraaien, heersen, filmen, opnemen, de ronde doen, rond gaan, filmen, rijden, toeren, bollen, ronddraaien, ronden, omgaan, draaien om, draaien rond, kijken naar, rondhangen, brommen, kris kras doorlopen, omdoen, omgorden, het tij doen keren, joyriden, rondgaan, ronddraaien, roteren, doen draaien, doen tollen, iets doorgeven, op zijn tenen lopen, rondzwerven, ronddwalen, draaien, iemand endosseren, over de rand rollen, stationair draaien, omrijden, afslag naar links, langs de grens gaan van, rijden omheen, de slinger doen draaien. Raadpleeg de onderstaande details voor meer informatie.

Luister naar uitspraak

Betekenis van het woord giro

draaien, ronddraaien

verbo intransitivo

I dischi di vinile girano sopra il piatto.

draaien, afslaan

Alla fine dell'isolato gira a sinistra.

draaien, omdraaien, keren

verbo transitivo o transitivo pronominale

Ha girato il vaso in modo che fronteggiasse la stanza.

keren, draaien

omdraaien

verbo transitivo o transitivo pronominale (sottosopra)

Ha girato il foglio di modo che non potessi vedere cosa c'era scritto.

draaien rond, draaien om

draai

Sarebbe opportuno ruotare il vaso per poter vedere il motivo.

keren, draaien, omkeren

verbo intransitivo

Ci dirigeremo a nord dopo aver virato.

draaien

verbo intransitivo

La strada curvava.

aanslingeren

verbo transitivo o transitivo pronominale (una manovella)

Questa torcia si alimenta girando la manovella.

laten draaien

Gira la ruota più veloce che puoi.

rondtoeren in , rondreizen in

Abbiamo girato l'Italia l'estate scorsa.

opnemen

verbo transitivo o transitivo pronominale (cinematografico)

Stanno girando il film in Canada.

duizelen, draaien

verbo intransitivo (sbandamento)

A Elena girava la testa mentre cercava di assorbire tutte le informazioni. // Queste montagne russe mi fanno girare la testa.

filmen, film opnemen

(cinematografia)

Hanno girato tutto il giorno ma hanno ottenuto le scene che volevano.

cruisen

verbo intransitivo (in auto)

Sally girava per la città a bordo della sua nuova macchina e salutava con la mano i suoi amici.

iets aan/uitzetten, omzetten

verbo transitivo o transitivo pronominale (attivare) (van schakelaar)

Ha girato l'interruttore e l'albero di Natale si è acceso.

draaien, ronddraaien, tollen, roteren

verbo intransitivo

Il volano gira quando viene data corrente.

roteren

verbo intransitivo

La luce diurna si muove intorno alla Terra mentre questa ruota.

rondgaan, ronddraaien

verbo intransitivo

Il bebè vide il coperchio roteare e rise. // Ciascuno dei cavalli accuratamente dipinti divenne visibile mentre la giostra girava.

in beweging blijven

verbo intransitivo

houden, gaan

verbo intransitivo

Devi girare a sinistra al bivio.

omgaan met

verbo intransitivo (colloquiale)

Gira con un le persone sbagliate.

omdraaien

schakelen, alterneren

Ian azionò l'interruttore e la luce si accese.

in omloop

(diceria, voce)

bedienen

roteren, draaien

verbo intransitivo

Il braccio della gru ruotò per prendere il carico.

kuieren, wandelen

verbo intransitivo

Adam passeggiava sulla spiaggia.

draaien

verbo intransitivo

Le pale del mulino roteavano lentamente al vento.

overal komen

verbo intransitivo (informale)

Ieri Parigi, la prossima settimana Sydney. Giri parecchio tu!

rondgaan

verbo intransitivo

Mario dovrebbe smettere di girare da un posto all'altro e trovare un lavoro fisso.
ⓘQuesta frase non è una traduzione della frase di origine. Hij gaat rond van plaats naar plaats en neemt ongedwongen banen aan waar hij ze maar kan krijgen.

tikken, een tikje geven

(con un dito) (met vinger)

ronddraaien

verbo transitivo o transitivo pronominale

Girate il pollo una volta durante la cottura.

draaien, ronddraaien

heersen

(malattie) (ziekte)

filmen, opnemen

Oggi il regista ha filmato tre scene del film.

de ronde doen, rond gaan

(figuurlijk)

Ci sono voci in giro.

filmen

La troupe comincerà presto a filmare.

rijden, toeren, bollen

(in automobile)

Li ho visti che andavano in giro con la macchina di tuo fratello.

ronddraaien

verbo intransitivo

La Terra ruota intorno al proprio asse.

ronden, omgaan

verbo intransitivo (hoek)

L'auto sportiva curvò rapidamente.

draaien om, draaien rond

verbo intransitivo

La Terra gira intorno al suo asse.

kijken naar

Incerta sul da farsi, Sue guardò Mark che era seduto alla sua sinistra.

rondhangen

Sono stati arrestati dalla polizia quattro giovani visti a gironzolare nei pressi del luogo del fatto.

brommen

kris kras doorlopen

(di segni incrociati) (figuurlijk)

Il cortile anteriore era ricoperto da segni di pneumatici

omdoen, omgorden

verbo transitivo o transitivo pronominale

Ero diventato talmente grasso che non c'era una sola cintura che mi cingesse la vita.

het tij doen keren

verbo transitivo o transitivo pronominale (figuurlijk)

La decisione degli Stati Uniti di entrare in guerra contribuì a cambiare il corso degli eventi e permise agli Alleati di vincere.

joyriden

verbo intransitivo (anglicisme)

rondgaan, ronddraaien, roteren

verbo intransitivo

La Terra ruota intorno al sole.

doen draaien, doen tollen

verbo transitivo o transitivo pronominale

Le majorette fecero roteare le aste.

iets doorgeven

verbo transitivo o transitivo pronominale

Prendi un biscotto e poi falli girare.
Pak een koekje en geef ze door.

op zijn tenen lopen

verbo intransitivo (figurato: argomento) (figuurlijk)

Stufo di girare intorno all'argomento, il suo capo arrivò al punto e lo licenziò.

rondzwerven, ronddwalen

draaien

(figurato) (figuurlijk)

Edwin pensa che il mondo giri intorno a lui.
ⓘQuesta frase non è una traduzione della frase di origine. Alles draait om perceptie.

iemand endosseren

verbo transitivo o transitivo pronominale (assegni) (van cheque)

Il banchiere ha chiesto al cliente di girare l'assegno apportando una firma sul retro.

over de rand rollen

(basket: anello)

La palla girò intorno al cesto.
ⓘQuesta frase non è una traduzione della frase di origine. De bal rolde over de rand van de korf maar viel er niet in.

stationair draaien

verbo intransitivo (motore)

Peter ha fatto girare al minimo la sua auto mentre si trovava al semaforo.

omrijden

verbo intransitivo

La radio diceva che c'era traffico intenso in centro, perciò abbiamo deciso di girare intorno alla città anziché attraversarla.

afslag naar links

Gira a sinistra al terzo semaforo.

langs de grens gaan van

verbo intransitivo

Se fai questa strada, ti toccherà passare fuori da Glasgow.

rijden omheen

verbo intransitivo

Un pick-up marrone sta girando intorno all'isolato da quindici minuti.

de slinger doen draaien

verbo transitivo o transitivo pronominale

Il vecchietto gira la manovella dell'organetto mentre la sua scimmietta balla.

Laten we Italiaans leren

Dus nu je meer weet over de betekenis van giro in Italiaans, kun je leren hoe je ze kunt gebruiken aan de hand van geselecteerde voorbeelden en hoe je lees ze. En vergeet niet om de verwante woorden die we voorstellen te leren. Onze website wordt voortdurend bijgewerkt met nieuwe woorden en nieuwe voorbeelden, zodat u de betekenissen van andere woorden die u niet kent, kunt opzoeken in Italiaans.

Ken je iets van Italiaans

Italiaans (italiano) is een Romaanse taal en wordt gesproken door ongeveer 70 miljoen mensen, van wie de meesten in Italië wonen. Italiaans gebruikt het Latijnse alfabet. De letters J, K, W, X en Y komen niet voor in het standaard Italiaanse alfabet, maar komen wel voor in leenwoorden uit het Italiaans. Italiaans is de tweede meest gesproken taal in de Europese Unie met 67 miljoen sprekers (15% van de EU-bevolking) en het wordt als tweede taal gesproken door 13,4 miljoen EU-burgers (3%). Italiaans is de belangrijkste werktaal van de Heilige Stoel en dient als de lingua franca in de rooms-katholieke hiërarchie. Een belangrijke gebeurtenis die heeft bijgedragen aan de verspreiding van het Italiaans was de verovering en bezetting van Italië door Napoleon in het begin van de 19e eeuw. Deze verovering stimuleerde de eenwording van Italië enkele decennia later en duwde de taal van de Italiaanse taal. Italiaans werd een taal die niet alleen werd gebruikt door secretarissen, aristocraten en de Italiaanse rechtbanken, maar ook door de bourgeoisie.