Wat betekent grido in Italiaans?

Wat is de betekenis van het woord grido in Italiaans? Het artikel legt de volledige betekenis uit, de uitspraak samen met tweetalige voorbeelden en instructies voor het gebruik van grido in Italiaans.

Het woord grido in Italiaans betekent gillen, roepen, brullen, schreeuwen, brullen, schreeuwen, gillen, roepen, schreeuwen, schreeuwen, roepen, schreeuwen, roepen, schreeuwen, gillen, krijsen, schreeuwen, roepen, schreeuwen, brullen, schreeuwen, roepen, schreeuwen, huilen, janken, jubelen, juichen, roepen om, schreeuwen om, schreeuwen, uitschreeuwen, schreeuwen, schreeuwen, gillen, gillen, gieren, schreeuwen, gillen, brullen, schreeuwen, bulderen tegen iemand, uitschreeuwen, schreeuw, gil, kreet, schreeuw, gil, kreet, schreeuw, gil, schreeuw, kreet, uitroep, schreeuw, gil, krijs, schreeuw, schreeuw, brul, schreeuw, gil, hoge kreet, kreet, gil, juichkreet, vreugdekreet, leus, de longen uit je lijf schreeuwen, janken, jammeren, klagen. Raadpleeg de onderstaande details voor meer informatie.

Luister naar uitspraak

Betekenis van het woord grido

gillen, roepen, brullen

verbo intransitivo

Fiona sentiva il capo urlare dall'esterno dell'edificio.

schreeuwen, brullen

verbo intransitivo

A giudicare dal modo in cui il capo sta urlando deve essere arrabbiato per qualcosa.

schreeuwen, gillen

verbo intransitivo

Sono proprio accanto a te, non c'è bisogno di gridare (or: urlare).

roepen, schreeuwen

verbo transitivo o transitivo pronominale

Il capitano gridò l'ordine ai soldati di aprire il fuoco contro il nemico.

schreeuwen, roepen

verbo intransitivo

Piantala di gridare e verrò ad aiutarti.

schreeuwen, roepen

verbo transitivo o transitivo pronominale

schreeuwen, gillen, krijsen

verbo intransitivo

Molly strillò quando suo fratello le versò acqua fredda sulla schiena.

schreeuwen, roepen

verbo transitivo o transitivo pronominale

Qualcuno ha urlato il mio nome, ma non l'ho trovato.

schreeuwen, brullen

verbo intransitivo

"Sono stanco morto!", gridò, gettandosi sul divano.

schreeuwen

verbo intransitivo

Sentiva il bambino gridare nella stanza a fianco.

roepen, schreeuwen

verbo intransitivo

Wade aveva una voce così forte che la sentivo gridare anche da lontano.

huilen, janken

(van persoon)

jubelen, juichen

Quando il gruppo salì sul palco, i fan cominciarono a urlare di gioia.

roepen om, schreeuwen om

(ad alta voce)

Il bimbo chiamò la sua mamma non appena lei lasciò la stanza.

schreeuwen, uitschreeuwen

verbo transitivo o transitivo pronominale

Quando stava per passare col rosso le ho gridato: "Fermati!"

schreeuwen

Non è gridando che renderai i tuoi argomenti più convincenti.

schreeuwen, gillen

verbo intransitivo

Rachel urlò quando vide il ragno.

gillen, gieren

verbo intransitivo

Betty ha urlato e strillato per tutto il tempo sull'ottovolante.

schreeuwen

verbo intransitivo

Si capiva, dal modo in cui schiamazzava, che l'uomo era ubriaco.

gillen

verbo intransitivo

Il bambino urlò di gioia quando vide il padre che camminava lungo il vialetto.

brullen, schreeuwen, bulderen tegen iemand

verbo intransitivo

Quando il capo di Brian scoprì il suo errore, gli urlò di andare nel suo ufficio.

uitschreeuwen

verbo intransitivo

Il prigioniero urlava soffrendo mentre lo torturavano.

schreeuw, gil, kreet

sostantivo maschile

Metà vicinato deve aver sentito il grido di Monica quando suo fratello, da dietro, le si avvicinò di soppiatto spaventandola.

schreeuw, gil, kreet

sostantivo maschile

Il cacciatore lanciò un grido quando individuò la preda.

schreeuw, gil

schreeuw, kreet, uitroep

Tutti si girarono a guardare dopo l'esclamazione improvvisa di Dan.

schreeuw, gil, krijs

sostantivo maschile

Quando vide il volto alla finestra Glenn lanciò un urlo.

schreeuw

sostantivo maschile

Non so se quel grido che ho appena sentito era un bimbo o un gatto.

schreeuw, brul

Cacciò un forte urlo e saltò giù dal muro.

schreeuw, gil, hoge kreet

sostantivo maschile

Walter lanciò un urlo quando vide il serpente.

kreet, gil

sostantivo maschile

Lo pizzicai così forte che emise uno strillo.

juichkreet, vreugdekreet

sostantivo maschile

Alison ha lanciato un urlo di eccitazione quando ha scartato il regalo.

leus

(ripetuto da un coro)

I manifestanti iniziarono a urlare lo slogan: "Vogliamo giustizia".

de longen uit je lijf schreeuwen

verbo intransitivo (fig., informeel)

Urlava a squarciagola ma nessuno lo sentiva a causa del rumore della folla. Ok, ti ho sentito: non serve che gridi a squarciagola!

janken, jammeren, klagen

Laten we Italiaans leren

Dus nu je meer weet over de betekenis van grido in Italiaans, kun je leren hoe je ze kunt gebruiken aan de hand van geselecteerde voorbeelden en hoe je lees ze. En vergeet niet om de verwante woorden die we voorstellen te leren. Onze website wordt voortdurend bijgewerkt met nieuwe woorden en nieuwe voorbeelden, zodat u de betekenissen van andere woorden die u niet kent, kunt opzoeken in Italiaans.

Ken je iets van Italiaans

Italiaans (italiano) is een Romaanse taal en wordt gesproken door ongeveer 70 miljoen mensen, van wie de meesten in Italië wonen. Italiaans gebruikt het Latijnse alfabet. De letters J, K, W, X en Y komen niet voor in het standaard Italiaanse alfabet, maar komen wel voor in leenwoorden uit het Italiaans. Italiaans is de tweede meest gesproken taal in de Europese Unie met 67 miljoen sprekers (15% van de EU-bevolking) en het wordt als tweede taal gesproken door 13,4 miljoen EU-burgers (3%). Italiaans is de belangrijkste werktaal van de Heilige Stoel en dient als de lingua franca in de rooms-katholieke hiërarchie. Een belangrijke gebeurtenis die heeft bijgedragen aan de verspreiding van het Italiaans was de verovering en bezetting van Italië door Napoleon in het begin van de 19e eeuw. Deze verovering stimuleerde de eenwording van Italië enkele decennia later en duwde de taal van de Italiaanse taal. Italiaans werd een taal die niet alleen werd gebruikt door secretarissen, aristocraten en de Italiaanse rechtbanken, maar ook door de bourgeoisie.