Wat betekent sicuro in Italiaans?
Wat is de betekenis van het woord sicuro in Italiaans? Het artikel legt de volledige betekenis uit, de uitspraak samen met tweetalige voorbeelden en instructies voor het gebruik van sicuro in Italiaans.
Het woord sicuro in Italiaans betekent veilig, zelfverzekerd, overtuigd zijn, zeker, zeker, vast, betrouwbaar, gegarandeerd, veilig, onbetwistbaar, vast, vast, vastgebonden, veilig, risicoloos, zelfverzekerd, betrouwbaar, solide, zeker, gerustgesteld, beveiliging, zeker, vaststaand, zeker, zeker, duidelijk, zeker, veiliggesteld, betrouwbaar, solide, degelijk, veilig, ervan overtuigd zijn dat, zeker, betrouwbaar, onuitputtelijk, onophoudelijk, zeker van succes, ongevaarlijk, veilig, zekerheid, zeker, beslist, onvermijdelijk, gegeven feit, zeker, overtuigd, verwaand, arrogant, opdringerig, aanmatigend, rijklaar, kinder-, overmoedig, standvastig, zelfverzekerd, zelfverzekerd, veilig, zeker, zonder enige twijfel, Reken maar!, Zeker weten!, ´tuurlijk!, verzekerde bewaring, tegen inbraak beschermen, kindveilig maken, van iets overtuigd zijn, zeker zijn, er zeker van zijn dat, zeker, zelfverzekerd, zelfverzekerd. Raadpleeg de onderstaande details voor meer informatie.
Betekenis van het woord sicuro
veiligaggettivo Viviamo in un quartiere sicuro. |
zelfverzekerdaggettivo L'atteggiamento sicuro del leader ha tranquillizzato il popolo. |
overtuigd zijn, zekeraggettivo (sicuro di sé) Janine è sicura di vincere. |
zeker, vastaggettivo La partita di oggi sarà una nostra vittoria sicura. |
betrouwbaar, gegarandeerd, veiligaggettivo Quel cavallo è una scommessa sicura. |
onbetwistbaaraggettivo Per molti la propria coscienza è l'unica guida sicura. |
vastaggettivo Il cuoco ha tagliato la carne con mano sicura. |
vast, vastgebondenaggettivo La corda dello scalatore di rocce era sicura. |
veilig, risicoloosaggettivo Molti temono che comprare su internet non sia sicuro. |
zelfverzekerd
|
betrouwbaar, solideaggettivo Questo è un meccanismo sicuro e garantito contro guasti. |
zeker, gerustgesteldaggettivo Dopo aver guadagnato per vent'anni un buono stipendio si sentiva economicamente sicuro. |
beveiligingaggettivo La doppia serratura rendeva l'appartamento più sicuro. |
zeker, vaststaandaggettivo Stia pur sicuro che il sindaco si occuperà della faccenda. |
zekeraggettivo Sì, sono sicuro che domani pioverà. |
zekeraggettivo Tom era sicuro di voler lasciare il lavoro e cercare una professione diversa. |
duidelijkaggettivo I soldati sono sicuri riguardo alla loro missione. Het is de soldaten duidelijk wat hun missie is. |
zeker, veiliggesteldaggettivo La squadra con i suoi cinque gol ha già una vittoria sicura. |
betrouwbaar, solideaggettivo Puoi contare su Linda, lei è affidabile. |
degelijk, veiligaggettivo Non tutto quello che leggi su internet è affidabile. |
ervan overtuigd zijn dat
L'anziana signora è convinta che i membri della sua famiglia le stiano rubando i soldi. |
zekeraggettivo È certo che merita di essere promosso. |
betrouwbaaraggettivo Abbiamo bisogno di dipendenti fidati se vogliamo che la nostra ditta abbia successo. |
onuitputtelijk, onophoudelijk
Sarah era conosciuta per la sua allegria incessante anche nei momenti più difficili. |
zeker van succes(informale, figurato) |
ongevaarlijk, veiligaggettivo |
zekerheid
È certo che Bob vincerà la corsa. |
zeker, beslistaggettivo Sono sicuro di aver visto qualcuno passare in giardino. |
onvermijdelijkaggettivo Sono così innamorati; è certo che si sposeranno. |
gegeven feit
È un dato di fatto che sarà in ritardo per il matrimonio. |
zekeraggettivo Sono sicuro di aver spento il fornello. Ik weet zeker dat ik het gas uit heb gedaan. |
overtuigdaggettivo L'atleta era sicuro delle sue capacità. |
verwaand, arrogantaggettivo |
opdringerig, aanmatigend
Il nostro insegnante di storia era un individuo snob e presuntuoso. |
rijklaar
Se la tua auto non è registrata, non è sicura per la circolazione su strada. |
kinder-(in samenstellingen) |
overmoedig
|
standvastiglocuzione aggettivale |
zelfverzekerdaggettivo |
zelfverzekerdaggettivo Janice non è abbastanza sicura di sé per chiedere una promozione. |
veilig, zekerlocuzione avverbiale Louis si accertò che il rimorchio fosse collegato all'auto in modo sicuro. |
zonder enige twijfelaggettivo (informale) Ogni volta che faccio i biscotti, sicuro come la morte che Jim si fa vedere. Sono sicura come la morte di non voler più mangiare qui: c'era della muffa sul mio pane. |
Reken maar!, Zeker weten!(informeel) |
´tuurlijk!interiezione (informeel) A: "Mi puoi prestare una penna?" B: "Certo!" |
verzekerde bewaringverbo transitivo o transitivo pronominale Linda ha riposto i suoi diamanti in una scatola di metallo sottochiave per mantenerli al sicuro. |
tegen inbraak beschermen
|
kindveilig maken
|
van iets overtuigd zijn
Sono convinto dell'innocenza di quest'uomo. |
zeker zijn
Ero quasi sicuro di avere messo in valigia tutto quello che mi serviva, ma ho dato un'ultima occhiata per accertarmene. |
er zeker van zijn dat
L'insegnante contò le teste degli studenti per assicurarsi che ci fossero tutti. |
zeker, zelfverzekerd
Ha attraversato con sicurezza la stanza buia verso la finestra. |
zelfverzekerdlocuzione avverbiale Stai ben dritto e parla con sicurezza quando parli in pubblico. |
Laten we Italiaans leren
Dus nu je meer weet over de betekenis van sicuro in Italiaans, kun je leren hoe je ze kunt gebruiken aan de hand van geselecteerde voorbeelden en hoe je lees ze. En vergeet niet om de verwante woorden die we voorstellen te leren. Onze website wordt voortdurend bijgewerkt met nieuwe woorden en nieuwe voorbeelden, zodat u de betekenissen van andere woorden die u niet kent, kunt opzoeken in Italiaans.
Verwante woorden van sicuro
Geüpdatete woorden van Italiaans
Ken je iets van Italiaans
Italiaans (italiano) is een Romaanse taal en wordt gesproken door ongeveer 70 miljoen mensen, van wie de meesten in Italië wonen. Italiaans gebruikt het Latijnse alfabet. De letters J, K, W, X en Y komen niet voor in het standaard Italiaanse alfabet, maar komen wel voor in leenwoorden uit het Italiaans. Italiaans is de tweede meest gesproken taal in de Europese Unie met 67 miljoen sprekers (15% van de EU-bevolking) en het wordt als tweede taal gesproken door 13,4 miljoen EU-burgers (3%). Italiaans is de belangrijkste werktaal van de Heilige Stoel en dient als de lingua franca in de rooms-katholieke hiërarchie. Een belangrijke gebeurtenis die heeft bijgedragen aan de verspreiding van het Italiaans was de verovering en bezetting van Italië door Napoleon in het begin van de 19e eeuw. Deze verovering stimuleerde de eenwording van Italië enkele decennia later en duwde de taal van de Italiaanse taal. Italiaans werd een taal die niet alleen werd gebruikt door secretarissen, aristocraten en de Italiaanse rechtbanken, maar ook door de bourgeoisie.