Wat betekent stretto in Italiaans?

Wat is de betekenis van het woord stretto in Italiaans? Het artikel legt de volledige betekenis uit, de uitspraak samen met tweetalige voorbeelden en instructies voor het gebruik van stretto in Italiaans.

Het woord stretto in Italiaans betekent zeestraat, vast, stevig, sluitend, precies, propvol, bomvol, engte, straat, smal, strak, krap, nauw, strak, streng, intiem, smal, vastgeklemd, nabij, naast, persoonlijk, hecht, strikt, op elkaar geklemd, nauwsluitend, nauwpassend, goed, hecht, hecht, intiem, gesloten, afgesloten, goed, intiem, engte, nauwkeurig, streng, strikt, nauwsluitend, vriendschappelijk, vastpakken, grijpen, gorden, vastgrijpen, vastpakken, vastgrijpen, tegen zich/haar aandrukken, vasthouden, knuffelen, omhelzen, draaien, dichtdoen, afstellen met een ratel, iets beklinken, bezegelen, vastklemmen, vastpakken, pakken, grijpen, aanhalen, verstrengen, vastmaken, vastbinden, ballen, samenballen, persen, starten, beginnen, aangaan, vastklemmen, pakken, grijpen, vastnemen, vastgrijpen, vastpakken, omhelzen, zo snel mogelijk, zo spoedig mogelijk, strikte betekenis, eigenlijke betekenis, aan iets vasthouden, iets behouden, in nauw contact staan met, samenwerken, zich goed vasthouden, zich stevig vasthouden. Raadpleeg de onderstaande details voor meer informatie.

Luister naar uitspraak

Betekenis van het woord stretto

zeestraat

sostantivo maschile (geografia)

Le navi devono passare lo stretto una alla volta.

vast, stevig

aggettivo

Assicuratevi che il nodo sia ben stretto.

sluitend, precies

aggettivo

La giuntura deve essere stretta, così il tubo non perde.

propvol, bomvol

aggettivo

Il baule fu legato stretto per il viaggio.

engte, straat

sostantivo maschile (fiumi, ecc.) (smal deel ve rivier)

Ci sono piloti specializzati per governare le navi attraverso gli stretti.

smal

aggettivo (Waar iets of iemand zich op bevindt)

La strada stretta rendeva difficile il sorpasso delle altre macchine.
Dat gangetje is te nauw om met de fiets door te rijden.

strak, krap, nauw

Jane stava bene coi suoi jeans aderenti.

strak, streng

aggettivo

Il dittatore aveva uno stretto controllo sul suo esercito.

intiem

Eravamo molto legati alle superiori.

smal

vastgeklemd

aggettivo

Mentre l'uomo parlava, il sigaro stretto tra le sue labbra si agitava su e giù.

nabij

(di parentela)

Ci siamo conosciuti perché abitiamo vicini.

naast

aggettivo (parenti) (familie)

L'unico parente stretto di Sarah è sua mamma.

persoonlijk, hecht

aggettivo (in stretto contatto)

Abbiamo avuto rapporti di lavoro stretti negli ultimi dieci anni.

strikt

aggettivo (segreto)

L'informazione era sotto stretto segreto.

op elkaar geklemd

aggettivo (denti)

L'uomo rabbioso pronunciò una minaccia a denti stretti.

nauwsluitend, nauwpassend

aggettivo

Questa camicia è un po' stretta sotto le braccia.

goed, hecht

Io e Jill siamo amici stretti.

hecht, intiem

aggettivo

Hanno un rapporto stretto, romantico.

gesloten, afgesloten

aggettivo

Le guardie tenevano il prigioniero a breve distanza.

goed, intiem

aggettivo (amici)

Ha riunito i suoi amici stretti per informarli del suo fidanzamento.

engte

sostantivo maschile

Dane ha condotto la barca lungo il canale.

nauwkeurig, streng, strikt

L'apparecchiatura deve essere costruita con dei rigidi standard.

nauwsluitend

(vestiti) (kleding)

Restituisco questa gonna, è troppo aderente.

vriendschappelijk

vastpakken, grijpen

Sally stringeva le redini del cavallo.

gorden

verbo transitivo o transitivo pronominale (con corda, cinghia)

Una corda d'oro intrecciata stringeva la tonaca del mago.

vastgrijpen, vastpakken

verbo transitivo o transitivo pronominale

Charlie strinse la corda intorno a un albero con un nodo saldo.

vastgrijpen

verbo transitivo o transitivo pronominale

Victor strinse le mani a Mona.

tegen zich/haar aandrukken

verbo transitivo o transitivo pronominale (schiacciare a sé)

Ha stretto la sua amata al petto.

vasthouden

Tiene la mano ai figli quando attraversano la strada.

knuffelen, omhelzen

Lei ha abbracciato suo fratello quando è tornato.

draaien

dichtdoen

(vestito)

Vieni amore, fatti chiudere il cappotto dalla nonna.

afstellen met een ratel

iets beklinken, bezegelen

vastklemmen, vastpakken

Mi afferrarono le braccia e iniziarono a tirare.

pakken, grijpen

Anna stringeva la racchetta mentre entrava nel campo da tennis.

aanhalen, verstrengen

verbo transitivo o transitivo pronominale

La vite si era allentata, quindi Paul la strinse.

vastmaken, vastbinden

verbo transitivo o transitivo pronominale

Jenna chiuse la cassa di imballo e la fissò con delle corde.

ballen, samenballen

(muscoli) (vuisten)

persen

verbo transitivo o transitivo pronominale

I leggings sono fatti con un materiale speciale che comprime i muscoli.

starten, beginnen, aangaan

vastklemmen

(con una morsa)

Fissa la sabbiatrice all'angolo del piano di lavoro.

pakken, grijpen, vastnemen, vastgrijpen, vastpakken

verbo transitivo o transitivo pronominale

Mi afferrò la mano e mi tirò via.

omhelzen

La bambina abbracciò (or: strinse) forte la sua bambola.

zo snel mogelijk, zo spoedig mogelijk

Se non hai ancora motivato il tuo ritardo al capo ti suggerisco di farlo quanto prima, sennò ci saranno guai!

strikte betekenis, eigenlijke betekenis

sostantivo maschile

Il senso stretto della parola "Giudeo" è un israelita della tribù di Giuda.

aan iets vasthouden

Questi vecchi libri non hanno nessun valore, ma me li tengo perché mi ricordano l'infanzia.

iets behouden

verbo transitivo o transitivo pronominale

In tutti gli anni di povertà è sempre riuscita a mantenere la sua dignità.
In alle jaren van armoede, slaagde ze erin haar waardigheid te behouden.

in nauw contact staan met

verbo intransitivo

Nella foresta si può entrare in stretto contatto con la natura.

samenwerken

I due impiegati lavorarono gomito a gomito per portare il progetto a compimento.
De twee medewerkers werkten samen om het project tot een einde te brengen.

zich goed vasthouden, zich stevig vasthouden

verbo riflessivo o intransitivo pronominale

"Tenetevi stretti", urlò l'addetto mentre il il trenino delle montagne russe iniziava a muoversi.

Laten we Italiaans leren

Dus nu je meer weet over de betekenis van stretto in Italiaans, kun je leren hoe je ze kunt gebruiken aan de hand van geselecteerde voorbeelden en hoe je lees ze. En vergeet niet om de verwante woorden die we voorstellen te leren. Onze website wordt voortdurend bijgewerkt met nieuwe woorden en nieuwe voorbeelden, zodat u de betekenissen van andere woorden die u niet kent, kunt opzoeken in Italiaans.

Ken je iets van Italiaans

Italiaans (italiano) is een Romaanse taal en wordt gesproken door ongeveer 70 miljoen mensen, van wie de meesten in Italië wonen. Italiaans gebruikt het Latijnse alfabet. De letters J, K, W, X en Y komen niet voor in het standaard Italiaanse alfabet, maar komen wel voor in leenwoorden uit het Italiaans. Italiaans is de tweede meest gesproken taal in de Europese Unie met 67 miljoen sprekers (15% van de EU-bevolking) en het wordt als tweede taal gesproken door 13,4 miljoen EU-burgers (3%). Italiaans is de belangrijkste werktaal van de Heilige Stoel en dient als de lingua franca in de rooms-katholieke hiërarchie. Een belangrijke gebeurtenis die heeft bijgedragen aan de verspreiding van het Italiaans was de verovering en bezetting van Italië door Napoleon in het begin van de 19e eeuw. Deze verovering stimuleerde de eenwording van Italië enkele decennia later en duwde de taal van de Italiaanse taal. Italiaans werd een taal die niet alleen werd gebruikt door secretarissen, aristocraten en de Italiaanse rechtbanken, maar ook door de bourgeoisie.