Wat betekent afferrare in Italiaans?

Wat is de betekenis van het woord afferrare in Italiaans? Het artikel legt de volledige betekenis uit, de uitspraak samen met tweetalige voorbeelden en instructies voor het gebruik van afferrare in Italiaans.

Het woord afferrare in Italiaans betekent grijpen, vastgrijpen, vastklemmen, vatten, begrijpen, snappen, vat, stevig vastpakken, bemachtigen, vastklemmen, vastpakken, vastpakken, beetpakken, doorhebben, snappen, begrijpen, pakken, grijpen, grijpen, pakken, met beide handen aangrijpen, pakken, grijpen, vastpakken, vastgrijpen, pakken, grijpen, vastnemen, vastgrijpen, vastpakken, vastpakken, grijpen, vasthouden, begrijpen, snappen, vangen, opvangen, stevig vasthouden, doorgronden, bevatten, pakken, grijpen, begrijpen, bevatten, snappen, vatten, aan iets vasthouden, graaien, grissen, pakken, grijpen, vangen, snappen, begrijpen, greep krijgen op iets, graaien, grissen, grabbelen, met een tang pakken. Raadpleeg de onderstaande details voor meer informatie.

Luister naar uitspraak

Betekenis van het woord afferrare

grijpen, vastgrijpen, vastklemmen

vatten, begrijpen, snappen

(figurato: capire)

Gerald non riusciva ad afferrare il concetto complicato che l'insegnante cercava di spiegargli.

vat

verbo intransitivo (figurato: capire)

Non riesco ad afferrare nulla di tutto questo; puoi spiegarmelo di nuovo?

stevig vastpakken

Bella sprong op de motorfiets van Jacob en greep zijn lichaam stevig vast.

bemachtigen

verbo transitivo o transitivo pronominale (figurato: comprendere)

vastklemmen, vastpakken

Mi afferrarono le braccia e iniziarono a tirare.

vastpakken, beetpakken

verbo transitivo o transitivo pronominale

Il cavallo non si voleva muovere così io ho afferrato le redini e ho tirato.

doorhebben, snappen, begrijpen

(informale: capire)

Le ho detto che lui aveva avvelenato la moglie con l'arsenico, ma non ha afferrato.

pakken, grijpen

verbo transitivo o transitivo pronominale

Liz ha preso la palla e è corsa verso la meta.

grijpen, pakken

verbo transitivo o transitivo pronominale

Nancy afferrò il braccio di Edward.

met beide handen aangrijpen

verbo transitivo o transitivo pronominale (opportunità) (figuurlijk)

Se mi offrissero un lavoro, lo coglierei al volo.

pakken, grijpen, vastpakken, vastgrijpen

verbo transitivo o transitivo pronominale

Lo ha afferrato per il braccio e lo ha tirato verso di lei.

pakken, grijpen, vastnemen, vastgrijpen, vastpakken

verbo transitivo o transitivo pronominale

Mi afferrò la mano e mi tirò via.

vastpakken, grijpen

Sally stringeva le redini del cavallo.

vasthouden

Tiene la mano ai figli quando attraversano la strada.

begrijpen, snappen

Capisci quello che sto dicendo?

vangen, opvangen

Riesco a prendere la palla con una mano sola.

stevig vasthouden

L'anziana stringeva forte la borsetta mentre attraversava la strada.

doorgronden, bevatten

verbo transitivo o transitivo pronominale

Mindy non riusciva a capire perché sua sorella avesse abbandonato la scuola.

pakken, grijpen

Anna stringeva la racchetta mentre entrava nel campo da tennis.

begrijpen, bevatten

Gli studenti non riuscivano a capire il lungo e complesso paragrafo.

snappen, vatten

verbo transitivo o transitivo pronominale

Ha raccontato una barzelletta ma io non l'ho capita.
Hij vertelde een mop maar ik snapte ze niet.

aan iets vasthouden

verbo transitivo o transitivo pronominale

Se hai paura di scivolare, tieniti stretto al mio braccio.
Als je denkt dat je gaat uitglijden, hou je dan vast aan mijn arm.

graaien, grissen

(rubare)

Ha agguantato i diamanti ed è scappato.

pakken, grijpen

verbo transitivo o transitivo pronominale

Jason l'ha presa per il polso.

vangen

verbo transitivo o transitivo pronominale (honkbal)

Fred aveva afferrato palle per tutta la sua carriera.

snappen, begrijpen

verbo transitivo o transitivo pronominale (informale)

Questo gioco è facile da giocare e bambini afferrano il messaggio velocemente.

greep krijgen op iets

Tieni saldamente il carico e assicurati che non sia troppo pesante prima di sollevarlo.

graaien, grissen, grabbelen

met een tang pakken

verbo transitivo o transitivo pronominale

Mio papà ha afferrato i tronchi con le pinze e il fuoco ha ripreso a scoppiettare.

Laten we Italiaans leren

Dus nu je meer weet over de betekenis van afferrare in Italiaans, kun je leren hoe je ze kunt gebruiken aan de hand van geselecteerde voorbeelden en hoe je lees ze. En vergeet niet om de verwante woorden die we voorstellen te leren. Onze website wordt voortdurend bijgewerkt met nieuwe woorden en nieuwe voorbeelden, zodat u de betekenissen van andere woorden die u niet kent, kunt opzoeken in Italiaans.

Ken je iets van Italiaans

Italiaans (italiano) is een Romaanse taal en wordt gesproken door ongeveer 70 miljoen mensen, van wie de meesten in Italië wonen. Italiaans gebruikt het Latijnse alfabet. De letters J, K, W, X en Y komen niet voor in het standaard Italiaanse alfabet, maar komen wel voor in leenwoorden uit het Italiaans. Italiaans is de tweede meest gesproken taal in de Europese Unie met 67 miljoen sprekers (15% van de EU-bevolking) en het wordt als tweede taal gesproken door 13,4 miljoen EU-burgers (3%). Italiaans is de belangrijkste werktaal van de Heilige Stoel en dient als de lingua franca in de rooms-katholieke hiërarchie. Een belangrijke gebeurtenis die heeft bijgedragen aan de verspreiding van het Italiaans was de verovering en bezetting van Italië door Napoleon in het begin van de 19e eeuw. Deze verovering stimuleerde de eenwording van Italië enkele decennia later en duwde de taal van de Italiaanse taal. Italiaans werd een taal die niet alleen werd gebruikt door secretarissen, aristocraten en de Italiaanse rechtbanken, maar ook door de bourgeoisie.