Wat betekent bocca in Italiaans?

Wat is de betekenis van het woord bocca in Italiaans? Het artikel legt de volledige betekenis uit, de uitspraak samen met tweetalige voorbeelden en instructies voor het gebruik van bocca in Italiaans.

Het woord bocca in Italiaans betekent mond, ingang, opening, tuit, mond, lip, kwebbel, bek, smoel, muil, mond, inlaatopening, mond, tromp, tuit, schenktuit, kauwen op, discreet, leeuwenbek, goede vibes, gapend, geeuwend, boeiend, fascinerend, overheerlijk, verrukkelijk, met open mond, mondeling, oraal, Mondje dicht!, , iemand die neuriet, afloop, leeuwenbek, mond-op-mondbeademing, zachte roze lippen, zijn bek/muil houden, aangapen, staren, zwijgen over, verstomd doen staan, verbijsteren, verbazen, met open mond, een brede mond hebbend, watertanden, verbazen, overweldigen, nare nasmaak, onaangename nasmaak, vieze nasmaak, pruilen, schuimbekken. Raadpleeg de onderstaande details voor meer informatie.

Luister naar uitspraak

Betekenis van het woord bocca

mond

sostantivo femminile

Ha aperto la bocca per il dentista. // Il gatto spalancò la bocca in uno sbadiglio.

ingang, opening

(entrata)

La bocca della grotta era piccola, ma l'interno era enorme.

tuit

(imboccatura)

La bocca della tanica di benzina era sagomata in modo che non si formassero gocce.

mond

sostantivo femminile

lip

Fred mi diede un bacio in piena bocca.

kwebbel

(informeel)

bek, smoel, muil

(slang)

È tutto il giorno che Fred si riempie la bocca con il cibo altrui.

mond

sostantivo femminile (figurato) (figuurlijk)

Ho cinque bocche da sfamare.

inlaatopening

mond, tromp

sostantivo femminile (armi) (van geweer)

Kyle guardò la bocca della pistola.

tuit, schenktuit

L'acqua usciva dalla canna dell'annaffiatoio finendo sulle aiuole.

kauwen op

verbo transitivo o transitivo pronominale

Il cane ha preso in bocca la palla.

discreet

aggettivo

leeuwenbek

(botanica) (plantkunde)

goede vibes

gapend, geeuwend

locuzione aggettivale

La folla a bocca aperta era incantata dallo sconcertante trucco del mago.

boeiend, fascinerend

overheerlijk, verrukkelijk

aggettivo

Non riesco a controllarmi quando vedo un pezzo di torta così appetitoso.

met open mond

locuzione aggettivale

mondeling, oraal

avverbio

Assumere due compresse al giorno per via orale.

Mondje dicht!

interiezione (figurato: è un segreto)

Non parlarne con nessuno. Acqua in bocca!

interiezione (buona fortuna)

Quando è uscito dal suo camerino gli altri attori hanno esclamato: "In bocca al lupo!"

iemand die neuriet

afloop

sostantivo femminile (fiume, acque reflue, ecc.)

leeuwenbek

sostantivo femminile (botanica) (plantkunde)

mond-op-mondbeademing

sostantivo femminile

Il bagnino tirò fuori dall'acqua il ragazzo che stava affogando e praticò la respirazione bocca a bocca.

zachte roze lippen

sostantivo femminile

zijn bek/muil houden

verbo intransitivo (colloquiale) (slang)

aangapen, staren

verbo transitivo o transitivo pronominale

Il mago si aspettava un applauso, ma il pubblico si limitò a guardare a bocca spalancata.

zwijgen over

verbo intransitivo

verstomd doen staan, verbijsteren, verbazen

(figurato)

met open mond

locuzione avverbiale

een brede mond hebbend

locuzione aggettivale

watertanden

verbo transitivo o transitivo pronominale (figurato)

I dipendenti avevano l'acquolina in bocca all'idea di poter avere un giorno libero.

verbazen, overweldigen

verbo transitivo o transitivo pronominale (figurato)

Dan lasciò a bocca aperta i colleghi con la sua presentazione.

nare nasmaak, onaangename nasmaak, vieze nasmaak

sostantivo maschile (figurato)

L'episodio mi ha lasciato con l'amaro in bocca.

pruilen

verbo transitivo o transitivo pronominale (figurato)

So che sei seccato ma non storcere la bocca.

schuimbekken

verbo intransitivo

Credo che questo cavallo sia malato: ha la schiuma alla bocca.

Laten we Italiaans leren

Dus nu je meer weet over de betekenis van bocca in Italiaans, kun je leren hoe je ze kunt gebruiken aan de hand van geselecteerde voorbeelden en hoe je lees ze. En vergeet niet om de verwante woorden die we voorstellen te leren. Onze website wordt voortdurend bijgewerkt met nieuwe woorden en nieuwe voorbeelden, zodat u de betekenissen van andere woorden die u niet kent, kunt opzoeken in Italiaans.

Ken je iets van Italiaans

Italiaans (italiano) is een Romaanse taal en wordt gesproken door ongeveer 70 miljoen mensen, van wie de meesten in Italië wonen. Italiaans gebruikt het Latijnse alfabet. De letters J, K, W, X en Y komen niet voor in het standaard Italiaanse alfabet, maar komen wel voor in leenwoorden uit het Italiaans. Italiaans is de tweede meest gesproken taal in de Europese Unie met 67 miljoen sprekers (15% van de EU-bevolking) en het wordt als tweede taal gesproken door 13,4 miljoen EU-burgers (3%). Italiaans is de belangrijkste werktaal van de Heilige Stoel en dient als de lingua franca in de rooms-katholieke hiërarchie. Een belangrijke gebeurtenis die heeft bijgedragen aan de verspreiding van het Italiaans was de verovering en bezetting van Italië door Napoleon in het begin van de 19e eeuw. Deze verovering stimuleerde de eenwording van Italië enkele decennia later en duwde de taal van de Italiaanse taal. Italiaans werd een taal die niet alleen werd gebruikt door secretarissen, aristocraten en de Italiaanse rechtbanken, maar ook door de bourgeoisie.