Wat betekent buon in Italiaans?

Wat is de betekenis van het woord buon in Italiaans? Het artikel legt de volledige betekenis uit, de uitspraak samen met tweetalige voorbeelden en instructies voor het gebruik van buon in Italiaans.

Het woord buon in Italiaans betekent rustig, kalm, smaakvol, goedkoop, grootmoedig, groothartig, genereus, reputatie, oenofiel, goede naam, mislukken, niet doorgaan, stevig, vroeg, goedkoop, waardeloos, gewillig, verstandig, redelijk, betaalbaar, gunstig, grootmoedig, onzelfzuchtig, opmerkzaam, attent, goedkoop, voordelig, verdiend, juist, terecht, snel, vlug, niets te vroeg, precies op tijd, in een goede bui, goede reis, goeie reis, goedemiddag, lieve hemel, goedemorgen, Goede reis, Prettig weekend, Fijne verjaardag!, Vrolijk Halloween, Fijne vakantie, wijsheid, verstandhouding, goed voorteken, prulletje, onderhoudend spreker, interessante gesprekspartner, onderwijzer, pedagoog, verteller, verhaler, koopje, goed voorbeeld, goede buur, goede buurman, goede prijs, barmhartige Samaritaan, fijne smaak, aangename smaak, goede vriend, goede schutter, goed humeur, een goed nieuwjaar, goede kwaliteit, een koopje zijn, goed gebruik maken van, het meeste uit je tijd halen, je tijd volop benutten, niets moeten hebben van, ergens iets moois van maken, tot wasdom komen, tot bloei komen, fronsen op iets/iemand, verstandig, redelijk, verstandig, goed gehumeurd, in een goede stemming, aardig wat, nogal wat, Gelukkig Nieuwjaar!, Goede reis, verstand, koopje, reputatie, geur, autorisatie, barmhartige Samaritaan, goede smaak, goede periode, goede tijd, Gelukkig nieuwjaar!, zedenpolitie, vrijgezel, ongehuwd, ongetrouwd, vrij, swingen, goedkoop, passen in, wijsheid, rede. Raadpleeg de onderstaande details voor meer informatie.

Luister naar uitspraak

Betekenis van het woord buon

rustig, kalm

aggettivo (carattere)

É intelligente, bella e ha un bel carattere.

smaakvol

aggettivo

Pensavo che la tinta rossa in camera da letto fosse raffinata, ma a Derek non è piaciuta.

goedkoop

(a basso prezzo)

grootmoedig, groothartig, genereus

Il teatro si manteneva grazie alle donazioni di spettatori generosi.

reputatie

La fabbricazione di prodotti difettosi ha intaccato la reputazione dell'azienda.

oenofiel

goede naam

(figuurlijk)

Anche se non sono mai stati confermati, i sospetti hanno minato la sua reputazione.
Hoewel ze nooit zijn aangetoond, de beschuldigingen hebben zijn goede naam aangetast.

mislukken

Il progetto è fallito perché hanno finito i soldi.

niet doorgaan

(figurato)

Secondo me l'accordo sarebbe stato molto vantaggioso per la mia attività, ma è saltato all'ultimo minuto.

stevig

aggettivo (billen)

vroeg

Sono arrivato al lavoro prima oggi, per cambiare!

goedkoop, waardeloos

avverbio

La casa era decorata grossolanamente con colori sgargianti.

gewillig

verstandig, redelijk

Nathan è molto ragionevole, non fa mai niente di folle e spontaneo.

betaalbaar

Leah e il suo ragazzo stanno cercando un appartamento a buon mercato.

gunstig

Oggi il tempo sembra favorevole per un picnic.

grootmoedig, onzelfzuchtig

opmerkzaam, attent

goedkoop, voordelig

Con un po' di programmazione e creatività è possibile viaggiare in giro per l'Europa spendendo poco.

verdiend, juist, terecht

Avendo servito l'azienda per anni, Jane era stata meritatamente promossa a manager.

snel, vlug

avverbio

I lavori per il nuovo complesso per il tempo libero continuano rapidamente.

niets te vroeg, precies op tijd

in een goede bui

locuzione avverbiale

Ho preso un ottimo voto nella mia traduzione di oggi e sono di buon umore.

goede reis, goeie reis

interiezione

Andrew ci ha augurato "buon viaggio" prima che salissimo a bordo dell'imbarcazione.

goedemiddag

interiezione

Phil mi ha augurato buon pomeriggio quando ci siamo incrociati in corridoio.

lieve hemel

interiezione (informeel)

"Buon Dio! Ben è riuscito finalmente a passare l'esame di guida!"

goedemorgen

Buongiorno! Ti sei svegliato presto oggi!

Goede reis

interiezione

Ecco i sui biglietti, signore. Buon viaggio!

Prettig weekend

interiezione

Buon weekend, e ci vediamo lunedì.

Fijne verjaardag!

interiezione

Buon compleanno Scott! Non vedo l'ora di venire alla tua festa venerdì.

Vrolijk Halloween

interiezione

Fijne vakantie

interiezione

wijsheid

(saggezza)

Era una donna di grande saggezza (or: assennatezza) (or: avvedutezza) (or: accortezza).

verstandhouding

Steve ed Harry vanno d'accordo, hanno un buon rapporto.

goed voorteken

sostantivo maschile

prulletje

onderhoudend spreker, interessante gesprekspartner

sostantivo maschile

onderwijzer, pedagoog

verteller, verhaler

sostantivo maschile

koopje

sostantivo maschile

Questi drink sono un buon affare, costano solo 1 dollaro a bottiglia.
Deze drankjes waren een koopje, slechts $1 per fles.

goed voorbeeld

sostantivo maschile (figurato)

Come insegnante, è importante dare il buon esempio agli studenti.
Als leraar is het belangrijk om een goed voorbeeld te zijn voor je studenten.

goede buur, goede buurman

sostantivo maschile

È importante essere dei buoni vicini, consapevoli di come influenziamo la comunità in cui viviamo.

goede prijs

sostantivo maschile

L'albergo fa dei buoni prezzi per le camere.

barmhartige Samaritaan

sostantivo maschile (religieus)

Il pastore oggi ha fatto una predica sul buon samaritano.
De dominee preekte over de barmhartige Samaritaan vandaag.

fijne smaak, aangename smaak

sostantivo maschile

È un vino molto semplice ma ha comunque un sapore piacevole.
Het is een vrij eenvoudige wijn, maar heeft een aangename smaak.

goede vriend

sostantivo maschile

Luigi è un mio buon amico ed io mi fido di lui completamente.

goede schutter

sostantivo maschile

Va al poligono di tiro ogni due giorni ed è un bravo tiratore, ma non abbastanza da partecipare alle Olimpiadi.

goed humeur

sostantivo maschile

A volte è di buon umore, a volte di malumore; non c'è modo di prevederlo.

een goed nieuwjaar

interiezione

Tutti fecero un brindisi coi bicchieri augurandosi buon anno.

goede kwaliteit

sostantivo maschile

een koopje zijn

Quei guanti sono un buon affare a sole £5 al paio.

goed gebruik maken van

verbo transitivo o transitivo pronominale

Fece buon uso del tempo che gli era stato assegnato.

het meeste uit je tijd halen, je tijd volop benutten

verbo transitivo o transitivo pronominale

Isabel ha fatto buon uso del tempo trascorso nel Regno Unito visitando più posti possibile.

niets moeten hebben van

(figurato)

Non vedo di buon occhio le persone che non mi conoscono e mi chiamano "tesoro".

ergens iets moois van maken

verbo transitivo o transitivo pronominale (informeel)

Tim ha fatto un bel lavoro quando ha tinteggiato la casa.

tot wasdom komen, tot bloei komen

(figuurlijk)

fronsen op iets/iemand

Gli insegnanti disapprovano gli studenti che arrivano in ritardo a lezione. La direzione disapprova che gli impiegati socializzino davanti al distributore dell'acqua.

verstandig, redelijk

Visto che hai appena perso il lavoro, non comprare quell'auto è una decisione sensata.

verstandig

avverbio

L'amministratore delegato ha saggiamente deciso di mettersi in regola con la normativa del governo.

goed gehumeurd, in een goede stemming

Stasera è di buon umore perché ha appena scoperto di aver ottenuto una promozione.
Hij is in een goede stemming vanavond omdat hij net een promotie kreeg.

aardig wat, nogal wat

locuzione avverbiale

Gelukkig Nieuwjaar!

interiezione

"Buon anno!" Gridarono tutti un po' brilli.

Goede reis

interiezione

verstand

Ha avuto il buon senso di andare a casa prima che iniziasse a piovere.

koopje

sostantivo maschile

Per soli 5.000 dollari quest'auto usata è stata un affare.

reputatie

L'imprenditore ha guadagnato una buona reputazione in anni di duro lavoro.

geur

autorisatie

(figurato)

È bello vedere che il progetto edilizio ha delle buone garanzie.

barmhartige Samaritaan

sostantivo maschile (figurato) (figuurlijk)

Quando mi si è forata la gomma una coppia di buoni samaritani si è fermata e mi ha cambiato la gomma.
Toen ik een lekke band kreeg, kwamen een paar goede Samaritanen langs en veranderde mijn band voor mij.

goede smaak

sostantivo maschile (figuurlijk)

Eric ha davvero buon gusto nel vestire.
Eric heeft echt een goede smaak in kleding.

goede periode, goede tijd

sostantivo maschile

Non è un buon periodo per l'industria musicale.
Dit zijn geen goede tijden voor de muziekindustrie.

Gelukkig nieuwjaar!

interiezione

zedenpolitie

(reparto di polizia)

Alcuni agenti della buon costume interrogarono la prostituta.

vrijgezel, ongehuwd, ongetrouwd, vrij

(scapolo)

Invitò diversi buoni partiti, scapoli, nella speranza che sua figlia si invaghisse di uno di loro.

swingen

verbo transitivo o transitivo pronominale

L'orchestra sta suonando un buon ritmo!

goedkoop

(con pochi soldi)

Costruiremo questa casa in economia.

passen in

sostantivo maschile (persona adatta, capace)

È un buon partito per questa organizzazione.

wijsheid, rede

sostantivo maschile (buon senso)

Il buon senso (or: giudizio) ci dice che dovremmo evitare di mangiare troppo sale.

Laten we Italiaans leren

Dus nu je meer weet over de betekenis van buon in Italiaans, kun je leren hoe je ze kunt gebruiken aan de hand van geselecteerde voorbeelden en hoe je lees ze. En vergeet niet om de verwante woorden die we voorstellen te leren. Onze website wordt voortdurend bijgewerkt met nieuwe woorden en nieuwe voorbeelden, zodat u de betekenissen van andere woorden die u niet kent, kunt opzoeken in Italiaans.

Ken je iets van Italiaans

Italiaans (italiano) is een Romaanse taal en wordt gesproken door ongeveer 70 miljoen mensen, van wie de meesten in Italië wonen. Italiaans gebruikt het Latijnse alfabet. De letters J, K, W, X en Y komen niet voor in het standaard Italiaanse alfabet, maar komen wel voor in leenwoorden uit het Italiaans. Italiaans is de tweede meest gesproken taal in de Europese Unie met 67 miljoen sprekers (15% van de EU-bevolking) en het wordt als tweede taal gesproken door 13,4 miljoen EU-burgers (3%). Italiaans is de belangrijkste werktaal van de Heilige Stoel en dient als de lingua franca in de rooms-katholieke hiërarchie. Een belangrijke gebeurtenis die heeft bijgedragen aan de verspreiding van het Italiaans was de verovering en bezetting van Italië door Napoleon in het begin van de 19e eeuw. Deze verovering stimuleerde de eenwording van Italië enkele decennia later en duwde de taal van de Italiaanse taal. Italiaans werd een taal die niet alleen werd gebruikt door secretarissen, aristocraten en de Italiaanse rechtbanken, maar ook door de bourgeoisie.