Wat betekent penso in Italiaans?
Wat is de betekenis van het woord penso in Italiaans? Het artikel legt de volledige betekenis uit, de uitspraak samen met tweetalige voorbeelden en instructies voor het gebruik van penso in Italiaans.
Het woord penso in Italiaans betekent denken, vinden, geloven, nadenken, mijmeren, denken, verwachten, becommentariëren, beschouwen, zich bemoeien met, iets maken, nadenken, denken, nadenken, redeneren, vinden dat, het gevoel hebben dat, oordeel, van mening zijn, denken, geloven, zien als, beschouwen als, denken, vermoeden, aannemen, in je op komen, denken, geloven, vermoeden, schatten, denken, geloven, vermoeden, veronderstellen, iets denken, vinden, geloven, nadenken, denken aan, zien, beschouwen, logica, redeneerkunde, stel je eens voor, stel je toch eens voor, denkwerk, veel zin hebben om, de indruk hebben, het idee hebben, achten, respecteren, hardop denken, rationaliseren, te veel denken, van plan zijn, op voorhand, kortweg, te veel over iets denken, bekijken, overdenken, vermoeden, zich bezighouden met, van plan zijn, iemand begrijpen, vinden, geloven, denken. Raadpleeg de onderstaande details voor meer informatie.
Betekenis van het woord penso
denkenverbo transitivo o transitivo pronominale Penso che andrò in drogheria adesso. |
vinden, gelovenverbo transitivo o transitivo pronominale Penso che Tom venga con noi. Adesso glielo chiedo. |
nadenken, mijmerenverbo intransitivo Non disturbarlo, sta pensando. |
denken, verwachten
Che cosa pensi che succederà? |
becommentariëren, beschouwen(con discorso diretto) |
zich bemoeien met
Pensa agli affari tuoi e non dire agli altri cosa fare. |
iets maken
Non so cosa pensare dei suoi comportamenti. Cosa pensi di questa macchina? Ik weet niet wat ik hier moet van maken. |
nadenken
Ci penserò (or: rifletterò) e ti farò sapere. |
denken, nadenkenverbo intransitivo |
redeneren
|
vinden dat, het gevoel hebben dat(pensare) Sentiva che le sue azioni erano ingiuste. |
oordeel
A suo stesso avviso, è un bravo attore! |
van mening zijn
|
denken, geloven
|
zien als, beschouwen alsverbo transitivo o transitivo pronominale Gerald vuole sempre incontrare i ragazzi di sua figlia per vedere se può ritenerli adatti a lei. |
denken, vermoeden, aannemen
Suppongo che lei sia il nuovo sceriffo. Visto che è ora di pranzo, immagino che Glenn sia al pub. |
in je op komen
Ti è venuto in mente che lei potrebbe opporsi a questo? |
denken, gelovenverbo transitivo o transitivo pronominale Credo che non pioverà domani, ma non ne sono sicuro. |
vermoeden
L'idraulico dice che può fare tutto il lavoro in un'ora, ma sospetto che ci vorrà più tempo. |
schattenverbo transitivo o transitivo pronominale Suppongo che ci siano cinquanta persone nella stanza. |
denken, geloven, vermoeden, veronderstellenverbo transitivo o transitivo pronominale Immagino che voglia andare al campeggio, ma non ne sono sicuro. |
iets denken, vinden, gelovenverbo transitivo o transitivo pronominale Penso che dovremmo prendere quella strada. |
nadenkenverbo intransitivo In questo momento non lo so; devo pensarci ancora. |
denken aan
Era triste e pensava tutto il tempo alla sua situazione. |
zien, beschouwen
Penso a lui come a un mio amico. |
logica, redeneerkunde(filosofie en wiskunde) La logica formale usa simboli per esprimere idee. |
stel je eens voor, stel je toch eens voor
Pensa soltanto a quanto saranno tutti sorpresi di rivederti! |
denkwerk
|
veel zin hebben om
Sto pensando di raccontare ai tuoi genitori quello che hai fatto. Ik heb veel zin om jouw ouders te vertellen met wat je bezig bent. |
de indruk hebben, het idee hebbenverbo transitivo o transitivo pronominale Ho l'impressione che tu non ti fidi abbastanza di me. Ik heb de indruk dat je me niet genoeg vertrouwt. |
achten, respecteren
|
hardop denkenverbo intransitivo |
rationaliseren
|
te veel denkenverbo intransitivo |
van plan zijnverbo intransitivo (intenzione) Non penso di tornare a casa prima di mezzanotte. |
op voorhand, kortwegavverbio Il capo ha respinto le mie idee su due piedi, non mi ha neanche fatto domande. |
te veel over iets denken
|
bekijken, overdenkenverbo intransitivo Ti va di uscire stasera? Beh, ci pensiamo quando avrai finito tutti i compiti. |
vermoeden
Suppongo che si sia perso di nuovo. |
zich bezighouden met(provvedere a [qlcs]) Penserà lui all'organizzazione del viaggio. |
van plan zijn
|
iemand begrijpenverbo transitivo o transitivo pronominale Quando mio marito definisce "interessante" il cibo che ho cucinato, credo che intenda che non gli piace. Credevo che John fosse nelle Fiji, ma mi sbagliavo di grosso: era in Venezuela. |
vinden, geloven, denkenverbo transitivo o transitivo pronominale Lui ritiene che quelle azioni siano illegali. |
Laten we Italiaans leren
Dus nu je meer weet over de betekenis van penso in Italiaans, kun je leren hoe je ze kunt gebruiken aan de hand van geselecteerde voorbeelden en hoe je lees ze. En vergeet niet om de verwante woorden die we voorstellen te leren. Onze website wordt voortdurend bijgewerkt met nieuwe woorden en nieuwe voorbeelden, zodat u de betekenissen van andere woorden die u niet kent, kunt opzoeken in Italiaans.
Verwante woorden van penso
Geüpdatete woorden van Italiaans
Ken je iets van Italiaans
Italiaans (italiano) is een Romaanse taal en wordt gesproken door ongeveer 70 miljoen mensen, van wie de meesten in Italië wonen. Italiaans gebruikt het Latijnse alfabet. De letters J, K, W, X en Y komen niet voor in het standaard Italiaanse alfabet, maar komen wel voor in leenwoorden uit het Italiaans. Italiaans is de tweede meest gesproken taal in de Europese Unie met 67 miljoen sprekers (15% van de EU-bevolking) en het wordt als tweede taal gesproken door 13,4 miljoen EU-burgers (3%). Italiaans is de belangrijkste werktaal van de Heilige Stoel en dient als de lingua franca in de rooms-katholieke hiërarchie. Een belangrijke gebeurtenis die heeft bijgedragen aan de verspreiding van het Italiaans was de verovering en bezetting van Italië door Napoleon in het begin van de 19e eeuw. Deze verovering stimuleerde de eenwording van Italië enkele decennia later en duwde de taal van de Italiaanse taal. Italiaans werd een taal die niet alleen werd gebruikt door secretarissen, aristocraten en de Italiaanse rechtbanken, maar ook door de bourgeoisie.