Wat betekent sì in Italiaans?
Wat is de betekenis van het woord sì in Italiaans? Het artikel legt de volledige betekenis uit, de uitspraak samen met tweetalige voorbeelden en instructies voor het gebruik van sì in Italiaans.
Het woord sì in Italiaans betekent ja, ja, jawel, B, ja, ja, ja, yes, ja, ja, ja, Ik wil, ti, zich, zichzelf, zich, zichzelf, zich, zichzelf, men, ze, men, ze, we, wij, zich, zichzelf, je, je, men, men, je, van wel, ja zeggen, ja antwoorden, bewegend, toegewijd, opvallend, vermaakt, onderhouden, , te voorkomen, terugtrekkend, terugwijkend, eetbaar, retourneerbaar, wiebelig, abstinent, ongepast, onbehoorlijk, onsympathiek, onvriendelijk, onaardig, aanhechtbaar, overwinnelijk, verslaanbaar, reinigbaar, te verbergen, te verstoppen, geleidend, aansluitbaar, begrijpelijk, misselijk, onwel, onpasselijk, gemakkelijk te verwarren, onaardig, onvriendelijk, nauwelijks, bijna niet, handelaar, verkoper, treuzelaar, spotter, poseur, kruimelend, eetwaar, pillenslikker, instemmen met, hoe komt het dat?, het lijkt erop, feitelijk, objectief, goed geïnformeerd, betaalbaar, krimpend, verslechterend, verergerend, krullend, omkrullend, verkoopbaar, adaptief, hinderend, referentieel, luidruchtig, verbredend, verruimend, niet te beantwoorden, onmerkbaar, beslisbaar, aantrekbaar, vervloeiend, te omhelzen, lekker, niet in waarde dalend, niet-drogend, niet-wederkerig, niet klagend, niet elegant, omkoopbaar, kronkelend, nooit te vergeten, onvergetelijk, arrogant, verwaand, selfmade, heethoofdig, heetgebakerd, opvliegend, zogenaamd, naar verluidt, toegegeven, passend, gepast, zoals het is, om de een of andere reden, om de andere dag, zo ja, grote geesten denken hetzelfde, knappe koppen denken hetzelfde, in noodtempo, je leeft maar één keer, dag, ik ben bang van wel, ik vrees van wel, o ja!. Raadpleeg de onderstaande details voor meer informatie.
Betekenis van het woord sì
jainteriezione Vuoi sposarmi? Sì! |
ja, jawelinteriezione "Non vorrai mica indossare quella roba in pubblico?" "Sì!" |
Bsostantivo maschile (nota musicale) (muzieknoot) Questo canzone viene fatta in chiave di si. |
jainteriezione Sì? Chi è? |
jasostantivo maschile Ha risposto un netto 'sì' alla domanda. |
ja, yesinteriezione Sì! Abbiamo segnato! |
jainteriezione "Vai al concerto stasera?" - "Sì!" |
ja
Sì, è lui. |
jainteriezione |
Ik wilinteriezione (matrimonio) "Abigail Smith, prometti di amare quest'uomo e di essergli fedele?" "Sì." Abigail Smith, wil je beloven van deze man te houden en hem trouw te blijven? Ik wil |
tisostantivo maschile (nota musicale) (muzieknoot) |
zich, zichzelfpronome Si è lavato nella vasca. |
zich, zichzelf(pronome atono) Si sono serviti dal buffet. |
zich, zichzelf(atono) È caduta e si è fatta male. |
men, zepronome (impersonale) Il tempo sana le ferite, o almeno così si dice. |
men, ze, we, wijpronome (impersonale) Ah, in Spagna non si fa così. |
zich, zichzelf(pronome atono) Nessuno si può considerare perfetto. |
jepronome (impersonale) Non si dovrebbe mai nuotare dopo aver mangiato. |
je, menpronome (impersonale) Alcuni insetti sono così piccoli che non si possono vedere, ma pizzicano comunque. |
men, je
Uno non critica mai volentieri, ma non è molto attraente. |
van wellocuzione avverbiale Lei gli piace? Penso di sì. |
ja zeggen, ja antwoorden(essere d'accordo) L'assistente di Geoff gli dice sempre di sì e non propone nulla di suo. |
bewegend
L'orologio ha molte parti mobili. |
toegewijdaggettivo (che ha preso impegno) Doris è impegnata nel volontariato da quarant'anni. |
opvallendverbo intransitivo Il vestito giallo acceso di Nancy l'ha fatta risaltare tra il pubblico. |
vermaakt, onderhoudenaggettivo La scena stravagante si svolse davanti a una folla di spettatori divertiti. |
aggettivo |
te voorkomenaggettivo Il colera è evitabile se l'igiene è adeguata. |
terugtrekkend, terugwijkendaggettivo |
eetbaar
Il nocciolo della pesca non è generalmente considerato commestibile. |
retourneerbaaraggettivo Gli acquisti sono restituibili solo entro trenta giorni. |
wiebelig
|
abstinentaggettivo (formale, raro) |
ongepast, onbehoorlijk
|
onsympathiek, onvriendelijk, onaardigaggettivo |
aanhechtbaaraggettivo |
overwinnelijk, verslaanbaaraggettivo |
reinigbaar
|
te verbergen, te verstoppen
|
geleidend
|
aansluitbaar
|
begrijpelijkaggettivo |
misselijk, onwel, onpasselijkaggettivo |
gemakkelijk te verwarrenaggettivo |
onaardig, onvriendelijk
|
nauwelijks, bijna niet
Tim era un brillante imprenditore, aveva appena vent'anni quando ha guadagnato il suo primo milione. |
handelaar, verkopersostantivo maschile |
treuzelaar
|
spotter
|
poseur
|
kruimelend
I biscotti friabili erano difficili da mangiare. |
eetwaaraggettivo Non so se quella mela è commestibile: guarda le ammaccature che ha. |
pillenslikker(colloquiale) (informeel, drugs) |
instemmen met
Gli ho chiesto di venire alla festa e lui ha accettato. |
hoe komt het dat?(informale) Come mai i tuoi cappelli sono tutti neri? Hoe komt het dat al jouw hoeden zwart zijn? |
het lijkt eropverbo intransitivo Pare che Mikey vada molto d'accordo con i suoi nuovi compagni di classe. |
feitelijk, objectief
|
goed geïnformeerd
Lo studente universitario era molto esperto. |
betaalbaar
Leah e il suo ragazzo stanno cercando un appartamento a buon mercato. |
krimpend
|
verslechterend, verergerendlocuzione aggettivale La situazione in peggioramento richiede un intervento immediato. |
krullend, omkrullend
Il foglio è ingiallito e arricciato per l'età. |
verkoopbaaraggettivo Il nuovo servizio di TV via cavo sarà facilmente vendibile perché il vecchio era terribile. |
adaptiefaggettivo Lo stile di insegnamento adattabile di Ben significa che riesce a insegnare a bambini di tutti i tipi. |
hinderend
|
referentieel(taalkunde) |
luidruchtigaggettivo Henry è tra gli studenti più infervorati della classe. |
verbredend, verruimend
Uno spazio che si allarga tra due denti potrebbe indicare un problema alla base. |
niet te beantwoorden
Cosa sarebbe successo se il paese non fosse entrato in guerra è una domanda a cui non si può dar risposta. |
onmerkbaar
|
beslisbaarlocuzione aggettivale |
aantrekbaar
|
vervloeiendavverbio (scheikunde) |
te omhelzenaggettivo |
lekker
|
niet in waarde dalendlocuzione aggettivale |
niet-drogendlocuzione aggettivale (sostanza) |
niet-wederkerig
|
niet klagend
|
niet elegantlocuzione aggettivale |
omkoopbaar(persona) La politica locale è piagata da politici corrotti. |
kronkelendlocuzione aggettivale |
nooit te vergeten, onvergetelijkaggettivo La foto di Neil Armstrong sulla luna è un'immagine indimenticabile. |
arrogant, verwaand
Le lodi eccessive per il suo ultimo progetto l'hanno reso borioso. |
selfmade
|
heethoofdig, heetgebakerd, opvliegend(figuurlijk) |
zogenaamd
Secondo quanto si dice, il sospetto era alla festa di compleanno della nonna nel momento del reato. |
naar verluidtavverbio A quanto si dice, un membro anziano del governo è passato ai ribelli. |
toegegeven
A dire il vero ho sbagliato a tenerti segrete alcune cose. |
passend, gepast
|
zoals het is(legale) La TV viene venduta nello stato in cui si trova, senza alcuna garanzia implicita o esplicita. |
om de een of andere reden
|
om de andere dagavverbio La medicina si dovrebbe prendere un giorno sì e uno no. |
zo ja
Stai andando a comprare? Se sì, posso venire con te? Ga je winkelen? Zo ja, mag ik dan met je mee? |
grote geesten denken hetzelfde, knappe koppen denken hetzelfde
|
in noodtempo
|
je leeft maar één keer
|
dag(informale) Ciao! Ci vediamo dopo. |
ik ben bang van wel, ik vrees van welinteriezione "Devo davvero fare quel test?" "Temo di sì. È obbligatorio." |
o ja!interiezione (ritorno alla memoria) Ah sì, adesso mi ricordo di chi stai parlando! |
Laten we Italiaans leren
Dus nu je meer weet over de betekenis van sì in Italiaans, kun je leren hoe je ze kunt gebruiken aan de hand van geselecteerde voorbeelden en hoe je lees ze. En vergeet niet om de verwante woorden die we voorstellen te leren. Onze website wordt voortdurend bijgewerkt met nieuwe woorden en nieuwe voorbeelden, zodat u de betekenissen van andere woorden die u niet kent, kunt opzoeken in Italiaans.
Verwante woorden van sì
Geüpdatete woorden van Italiaans
Ken je iets van Italiaans
Italiaans (italiano) is een Romaanse taal en wordt gesproken door ongeveer 70 miljoen mensen, van wie de meesten in Italië wonen. Italiaans gebruikt het Latijnse alfabet. De letters J, K, W, X en Y komen niet voor in het standaard Italiaanse alfabet, maar komen wel voor in leenwoorden uit het Italiaans. Italiaans is de tweede meest gesproken taal in de Europese Unie met 67 miljoen sprekers (15% van de EU-bevolking) en het wordt als tweede taal gesproken door 13,4 miljoen EU-burgers (3%). Italiaans is de belangrijkste werktaal van de Heilige Stoel en dient als de lingua franca in de rooms-katholieke hiërarchie. Een belangrijke gebeurtenis die heeft bijgedragen aan de verspreiding van het Italiaans was de verovering en bezetting van Italië door Napoleon in het begin van de 19e eeuw. Deze verovering stimuleerde de eenwording van Italië enkele decennia later en duwde de taal van de Italiaanse taal. Italiaans werd een taal die niet alleen werd gebruikt door secretarissen, aristocraten en de Italiaanse rechtbanken, maar ook door de bourgeoisie.