Wat betekent prezzo in Italiaans?

Wat is de betekenis van het woord prezzo in Italiaans? Het artikel legt de volledige betekenis uit, de uitspraak samen met tweetalige voorbeelden en instructies voor het gebruik van prezzo in Italiaans.

Het woord prezzo in Italiaans betekent prijskaartje, prijs, tol, prijs, vervoersprijs, bedrag, getal, entrée, toegang, kosten, schade, afdingen, pingelen, geprijsd, veel te duur, met korting, tegen elke prijs, koste wat kost, vliegtarief, twee voor de prijs van één, vraagprijs, basisprijs, vaste prijs, goede prijs, goede prijs, geweldige prijs, halve prijs, prijskaartje, opruimingsprijs, vast bedrag, zakken, dalen, afdingen, onderhandelen, te veel vragen, te duur maken, verhogen van huisprijs na akkoord, iets verhogen, menu met vaste prijs, voor de halve prijs, naar waarde schatten, een waarde toedichten, valoriseren, afprijzen, voor de halve prijs, aan halve prijs, te veel vragen, onderhandelen, afdingen, pingelen, duur, gemakkelijk, eenvoudig, prijs zonder korting, tick, torenhoog, bruidsprijs, prijzen, de prijs navragen van. Raadpleeg de onderstaande details voor meer informatie.

Luister naar uitspraak

Betekenis van het woord prezzo

prijskaartje

sostantivo maschile (figuurlijk)

La riforma del sistema sanitario avrà un prezzo altissimo.

prijs, tol

sostantivo maschile (figurato) (figuurlijk)

Alcuni dicono che le guerre sono il prezzo della libertà.

prijs

sostantivo maschile

Qual è il prezzo attuale dell'oro?

vervoersprijs

Kyle ha pagato la tariffa ed è sceso dal taxi.

bedrag, getal

Non so quanto far pagare, ma ho in mente una cifra.

entrée, toegang

Quanto costa l'ingresso allo spettacolo delle 8.00?

kosten

sostantivo maschile

Il costo del petrolio è molto alto.

schade

sostantivo maschile (figurato: costo) (figuurlijk, spreektaal)

Cameriere, mi porti il conto per favore così posso valutare il danno! // Qual è il prezzo?

afdingen, pingelen

(informeel)

Mia zia va sempre a fare le compere al mercato invece che nei negozi delle grandi catene perché le piace contrattare.

geprijsd

La merce prezzata è ora pronta per essere esposta.

veel te duur

Le auto di lusso sono troppo costose; ci sono molte automobili meno care di qualità simile.

met korting

La carta studenti ti permette di acquistare i biglietti del treno a un prezzo scontato.

tegen elke prijs, koste wat kost

Bob era disposto ad acquistare il quadro a qualunque prezzo.

vliegtarief

sostantivo maschile (di aereo)

Vorrei tanto visitare i miei parenti in Sud Africa, ma non mi posso permettere il costo del biglietto.

twee voor de prijs van één

vraagprijs

sostantivo maschile

Il prezzo richiesto per il vaso è di £25.

basisprijs

sostantivo maschile

Il prezzo base è $20,00; se vuoi uno stereo o l'aria condizionata sono da pagare extra.

vaste prijs

sostantivo maschile

In generale, i grandi magazzini vendono la merce a un prezzo fisso.

goede prijs

sostantivo maschile

L'albergo fa dei buoni prezzi per le camere.

goede prijs, geweldige prijs

sostantivo maschile

È un ottimo prezzo per una macchina con queste caratteristiche.
Dat is een geweldige prijs voor een machine met deze functies.

halve prijs

sostantivo femminile

Il negozio vende molti vestiti a metà prezzo durante i saldi.

prijskaartje

sostantivo femminile

Ho tolto l'etichetta del prezzo prima di incartare il maglione.

opruimingsprijs

sostantivo maschile

Persino il prezzo scontato è più di quanto io sia disposto a pagare.

vast bedrag

Pagava una tariffa fissa di $50 al mese per la bolletta del telefono.

zakken, dalen

verbo intransitivo (prijs)

Quel computer scenderà di prezzo quando quando uscirà un modello più veloce.

afdingen, onderhandelen

te veel vragen

I venditori del mercato fanno deliberatamente pagare troppo i turisti.

te duur maken

verbo transitivo o transitivo pronominale

verhogen van huisprijs na akkoord

verbo transitivo o transitivo pronominale (immobili)

iets verhogen

verbo transitivo o transitivo pronominale

Gli alberghi aumentano i loro prezzi quando ci sono le festività nazionali.

menu met vaste prijs

voor de halve prijs

Alice cerca sempre i prodotti a metà prezzo al supermercato.

naar waarde schatten, een waarde toedichten

verbo transitivo o transitivo pronominale

È giusto dare valore alla compagnia delle persone care.

valoriseren

verbo transitivo o transitivo pronominale

afprijzen

verbo transitivo o transitivo pronominale

A gennaio il negozio ha ridotto i prezzi dei prodotti natalizi.

voor de halve prijs, aan halve prijs

Ho comprato questo vestito a metà prezzo durante i saldi.
Ik heb dit kleedje aan halve prijs gekocht tijdens de koopjes.

te veel vragen

onderhandelen, afdingen, pingelen

I negozianti trattarono intensamente, ma alla fine il consiglio comunale non cambiò il regolamento.

duur

avverbio

Vendono cose a molto caro prezzo in quel negozio.

gemakkelijk, eenvoudig

locuzione avverbiale

Un successo ottenuto a poco prezzo non è soddisfacente.

prijs zonder korting

Il prezzo di listino per questa caffettiera è di cinquanta dollari.

tick

sostantivo femminile

La variazione minima di prezzo di solito è lo 0,01% del valore dell'unità commerciale.

torenhoog

sostantivo maschile

Gli elevati costi degli immobili a Londra costringono molta gente a trasferirsi fuori dalla capitale.

bruidsprijs

sostantivo maschile

prijzen

verbo transitivo o transitivo pronominale

Il mercante d'arte ha stabilito il prezzo del vaso a seicento dollari.

de prijs navragen van

verbo transitivo o transitivo pronominale

Lascia che chieda il prezzo di questo libro, poi possiamo andare a casa.

Laten we Italiaans leren

Dus nu je meer weet over de betekenis van prezzo in Italiaans, kun je leren hoe je ze kunt gebruiken aan de hand van geselecteerde voorbeelden en hoe je lees ze. En vergeet niet om de verwante woorden die we voorstellen te leren. Onze website wordt voortdurend bijgewerkt met nieuwe woorden en nieuwe voorbeelden, zodat u de betekenissen van andere woorden die u niet kent, kunt opzoeken in Italiaans.

Ken je iets van Italiaans

Italiaans (italiano) is een Romaanse taal en wordt gesproken door ongeveer 70 miljoen mensen, van wie de meesten in Italië wonen. Italiaans gebruikt het Latijnse alfabet. De letters J, K, W, X en Y komen niet voor in het standaard Italiaanse alfabet, maar komen wel voor in leenwoorden uit het Italiaans. Italiaans is de tweede meest gesproken taal in de Europese Unie met 67 miljoen sprekers (15% van de EU-bevolking) en het wordt als tweede taal gesproken door 13,4 miljoen EU-burgers (3%). Italiaans is de belangrijkste werktaal van de Heilige Stoel en dient als de lingua franca in de rooms-katholieke hiërarchie. Een belangrijke gebeurtenis die heeft bijgedragen aan de verspreiding van het Italiaans was de verovering en bezetting van Italië door Napoleon in het begin van de 19e eeuw. Deze verovering stimuleerde de eenwording van Italië enkele decennia later en duwde de taal van de Italiaanse taal. Italiaans werd een taal die niet alleen werd gebruikt door secretarissen, aristocraten en de Italiaanse rechtbanken, maar ook door de bourgeoisie.