Wat betekent luogo in Italiaans?

Wat is de betekenis van het woord luogo in Italiaans? Het artikel legt de volledige betekenis uit, de uitspraak samen met tweetalige voorbeelden en instructies voor het gebruik van luogo in Italiaans.

Het woord luogo in Italiaans betekent plek, plaats, plaats, plek, plaats, plek, plaats, plek, plaats, locatie, verblijfplaats, plek, plaats, locatie, ergens, veelbezochte plek, universeel, om te beginnen, stereotype, cliché, plaatsvinden, plaatshebben, georiënteerd, cliché, banaliteit, tegeltjeswijsheid, ertussen liggen, station, post, houden, onbeholpen, onhandig, ten tweede, op de tweede plaats, overal, waarheen, centrum, monument, ontmoetingsplaats, werkplek, geboorteplaats, misvatting, wonderschoon gebied, zedenpreek, niemandsland, dagtekening, heiligdom, gebedshuis, verzamelplaats, bedrijf dat werknemers verplicht toe te treden tot de vakbond, warme plek, warme plaats, aanleiding geven tot, misplaatst, algemeen bekend, kookpunt, lievelingsplek, gebedshuis, onderontwikkeld gebied, achtergebleven gebied, ongepast zijn, van een dagtekening voorzien, ongepast, misplaatst, ongepast, misplaatst, banaliteit, gewoonheid, prachtige plek, banaliseren, waar ook, ontmoetingsplaats. Raadpleeg de onderstaande details voor meer informatie.

Luister naar uitspraak

Betekenis van het woord luogo

plek, plaats

sostantivo maschile

plaats, plek

sostantivo maschile (situazione) (situatie)

Non è il luogo adatto per discutere di politica.

plaats, plek

sostantivo maschile

Questo parco è uno dei miei posti preferiti.

plaats, plek

Sono stufo del clima di Chicago, vado in un luogo più caldo.

plaats, locatie

L'ambulanza è arrivata sulla scena dell'incidente dopo 5 minuti.

verblijfplaats

plek, plaats, locatie

(informale)

Quello è il posto dove è avvenuto l'omicidio.

ergens

Hai un posto dove dormire stanotte?

veelbezochte plek

sostantivo maschile

Frank è andato a pescare nel suo posto preferito.

universeel

Le ricerche hanno mostrato che le gravi malattie mentali come la depressione esistono universalmente.

om te beginnen

(informale: innanzitutto)

No, stasera non esci! Primo, perché non te lo puoi permettere.

stereotype

Tutti i personaggi sono degli stereotipi: i buoni, i cattivi, eccetera.

cliché

Il discorso del politico era pieno di banalità e non offriva niente di originale.

plaatsvinden, plaatshebben

georiënteerd

cliché

banaliteit

tegeltjeswijsheid

ertussen liggen

Tra i due regni intercorse un periodo di calma.

station, post

houden

Terremo l'incontro nella sala congressi. // Julie terrà una festa sabato.

onbeholpen, onhandig

ten tweede, op de tweede plaats

avverbio

Prima di tutto grazie a tutti di essere venuti. Secondariamente, vi presento il nostro ospite.

overal

waarheen

congiunzione

Decidere quando e dove attaccare il nemico sarebbe determinante.

centrum

(figurato)

Ogni domenica la chiesa si trasforma in un formicaio brulicante di attività.

monument

La Statua della Libertà è uno dei più importanti monumenti storici americani.

ontmoetingsplaats

Questo luogo di incontro ospita concerti di musica e spettacoli di teatro.

werkplek

sostantivo maschile

È importante avere un luogo di lavoro dove sentirsi a proprio agio, dopo tutto ci passi tanto tempo!

geboorteplaats

sostantivo maschile

Scrivete sul modulo data e luogo di nascita.

misvatting

Il fatto che gli antibiotici possano curare il raffreddore è una convinzione errata.

wonderschoon gebied

(figurato)

Il Mount Rainier National Park è un luogo incantato fatto di neve e di ghiacciai.

zedenpreek

niemandsland

Quando da bambino vivevo nelle zone isolate dell'Australia sognavo di visitare una grande città.

dagtekening

sostantivo plurale maschile (prima di una notizia) (in krant)

heiligdom

sostantivo maschile

gebedshuis

sostantivo maschile

verzamelplaats

sostantivo maschile

La piazza del mercato era un luogo di incontro per la gente del luogo la domenica.
Het marktplein was elke zaterdag een ontmoetingsplaats voor de lokale bevolking.

bedrijf dat werknemers verplicht toe te treden tot de vakbond

warme plek, warme plaats

sostantivo maschile

Il gatto si era trovato un luogo caldo davanti al termosifone.

aanleiding geven tot

La carenza di cibo diede luogo a sommosse.

misplaatst

algemeen bekend

sostantivo maschile

Il fatto che usiamo solo una piccola porzione del nostro cervello è un luogo comune.

kookpunt

sostantivo maschile (figuurlijk)

La polizia fu dispiegata rapidamente sul luogo della crisi.

lievelingsplek

sostantivo maschile (informeel)

gebedshuis

(luogo di culto) (Quakers)

onderontwikkeld gebied, achtergebleven gebied

sostantivo maschile

ongepast zijn

avverbio (negativo)

Il tuo commento sulla moglie del vicino era fuori luogo.

van een dagtekening voorzien

verbo transitivo o transitivo pronominale (prima di una notizia)

ongepast, misplaatst

ongepast, misplaatst

locuzione aggettivale

I commenti maleducati di Terry su tuo fratello erano fuori luogo.

banaliteit, gewoonheid

sostantivo maschile

prachtige plek

sostantivo maschile (panorama)

banaliseren

waar ook

Dovunque andiamo in vacanza, piove sempre.

ontmoetingsplaats

sostantivo maschile

Il club si riuniva nel luogo di ritrovo ogni fine settimana.

Laten we Italiaans leren

Dus nu je meer weet over de betekenis van luogo in Italiaans, kun je leren hoe je ze kunt gebruiken aan de hand van geselecteerde voorbeelden en hoe je lees ze. En vergeet niet om de verwante woorden die we voorstellen te leren. Onze website wordt voortdurend bijgewerkt met nieuwe woorden en nieuwe voorbeelden, zodat u de betekenissen van andere woorden die u niet kent, kunt opzoeken in Italiaans.

Verwante woorden van luogo

Ken je iets van Italiaans

Italiaans (italiano) is een Romaanse taal en wordt gesproken door ongeveer 70 miljoen mensen, van wie de meesten in Italië wonen. Italiaans gebruikt het Latijnse alfabet. De letters J, K, W, X en Y komen niet voor in het standaard Italiaanse alfabet, maar komen wel voor in leenwoorden uit het Italiaans. Italiaans is de tweede meest gesproken taal in de Europese Unie met 67 miljoen sprekers (15% van de EU-bevolking) en het wordt als tweede taal gesproken door 13,4 miljoen EU-burgers (3%). Italiaans is de belangrijkste werktaal van de Heilige Stoel en dient als de lingua franca in de rooms-katholieke hiërarchie. Een belangrijke gebeurtenis die heeft bijgedragen aan de verspreiding van het Italiaans was de verovering en bezetting van Italië door Napoleon in het begin van de 19e eeuw. Deze verovering stimuleerde de eenwording van Italië enkele decennia later en duwde de taal van de Italiaanse taal. Italiaans werd een taal die niet alleen werd gebruikt door secretarissen, aristocraten en de Italiaanse rechtbanken, maar ook door de bourgeoisie.